Michelle over paniekaanvallen

Hey! Mijn naam is Michelle Trines. Ik ben inmiddels 24 jaar oud en woon in Eindhoven. Ik ben gediagnosticeerd met een paniekstoornis en heb hier flink wat jaren mee geworsteld. In mijn boek Bang Vogeltje; leven met een angststoornis, beschrijf ik mijn hele reis. Het boek bestaat uit persoonlijke informatie, interviews met experts en anekdotes van andere angstpatiënten. Hiermee wil ik vooral anderen helpen, inspireren en naasten en geliefden het een en ander bijbrengen over de stoornis. Er heerst helaas nog veel taboe wat dit onderwerp betreft, wellicht dat mijn boek hier in positieve zin aan bijdraagt.

Ik ben van kinds af aan opgegroeid met paniekaanvallen. Niet met die van mezelf, maar met die van mijn moeder. Eens in de zoveel tijd kreeg ze er eentje. Wat er voor mij uitzag als een potje aanstellerij in combinatie met een hoog stressgehalte, bleek – naderhand gezien – voor mijn moeder de hel op aarde te zijn. Later zou ik maar al te goed inzien hoe zij zich in die tijden heeft gevoeld, helaas.

De eerste aanval
Mijn eerste – bewuste – aanval kreeg ik rond mijn negentiende levensjaar. Ik had een behoorlijke dag achter de rug: ik studeerde nog Journalistiek in Tilburg en was vanaf een uur of 6 al wakker om een interview af te nemen ergens in het Noorden van Nederland om vervolgens door te reizen naar Antwerpen; daar moest ik om stipt twee uur staan om te filmen. Diezelfde avond had ik een interview gepland staan om 20.00 uur voor de krant waar ik voor werkte, direct na een etentje dat al wekenlang stond ingepland met een vriend. Dat kon ik onder geen enkele voorwaarde afzeggen, dacht ik toen. Na het interview was ik helemaal gesloopt, maar toch besloot ik dat ik ‘mezelf niet zo aan moest stellen’ en wurmde mezelf in een veel te krap sportpak om rond een uur of tien nog aan te komen kakken in de sportschool. Je moet tenslotte toch wat voor dat droomlijf.

Tsjah, mijn lichaam was het hier dus helemaal niet mee eens. Sterker nog: mijn lichaam was het al heel lang niet eens met hoe ik mijn leven leidde. Alleen wist ik dit toen nog niet. Dat werd me die avond even goed duidelijk gemaakt: binnen no-time stond ik kokhalzend buiten de basicfit met een hartslag waar je ‘u’ tegen zegt. De fietstocht terug naar huis – in blinde paniek – verliep ook niet bepaald soepel; ik donderde na een paar meter van mijn fiets af. Niets lukte meer.

Behandelingen
Niet veel later vertelde de huisarts mij dat ik een burn-out had met een paniekstoornis. Ik was totaal uit het veld geslagen. Wát? Hoe dan? Ik zag nog steeds het probleem niet. Maar toen begon de reis:

Ik startte bij een Cesartherapeute voor ademhalingsoefeningen, ging door naar een praktijkondersteuner, gevolgd cognitieve gedragstherapie. Voor een paar maanden leek alles goed te gaan, tot er weer een drukke en stressvolle periode op de planning stond. Het riedeltje begon overnieuw bij de praktijkondersteuner die mij al snel diagnosticeerde met een depressie. De paniekstoornis was nog steeds aanwezig, heviger dan ooit. Uiteindelijk belandde ik bij psychotherapeut #1, gevolgd door psychotherapeut #2. De laatste zette mij in groepstherapie, dit bleek mijn redding. We waren namelijk inmiddels al vier jaar verder en mijn hoop was zo goed als op.

De emotiemotor
Al die jaren dacht ik dat ik ‘gewoon’ te veel hooi op mijn vork had genomen. Maar in de periodes waarin ik bijna niets deed, voelde ik mezelf net zo rot. Tijdens groepstherapie kwam al snel mijn probleem naar voren: ik onderdrukte mijn emoties. En aangezien die emoties er vroeg of laat toch écht uit moeten, deed mijn lichaam dat via de paniekaanvallen. Ik was mezelf er nooit van bewust dat ik weinig tot niets voelde. Ik mijn ogen was dit ‘normaal’. Ja, ik had wel eens het idee dat ik anders reageerde op bepaalde gebeurtenissen dan anderen om mij heen. Maar pas toen ik anderen en hun emoties écht ging observeren, zag ik hoe groot het verschil was.

Mijn grootste uitdaging werd het weer aan de gang krijgen van die ‘emotionele motor’. De groepstherapie hielp hier enorm bij. Elke week werd mij door verschillende mensen een spiegel voorgehouden. In combinatie met antidepressiva en therapie, voelde ik mezelf stukje bij beetje beter worden. Ik kon relatief snel al weer (bijna) alles wat ik jaren daarvoor kon. Dingen als autorijden, uit eten gaan en sporten. Dit had ik al zeker drie jaar niet meer gedurfd. Tijdens mijn rock-bottom, zoals ze dat noemen, durfde ik wekenlang mijn huis niet uit. De angst voor de angst had mij volledig in zijn grip. Dat verschil met nu is gigantisch. Inmiddels komt mijn kinderdroom uit (het uitgeven van een boek) heb ik een fijne relatie en heb ik mijn plek helemaal gevonden op de opleiding Social Work. Het heeft even geduurd, maar dan heb je ook wat. En de paniekaanvallen? Die zijn naar de achtergrond verdwenen. Eens in de zoveel tijd heb ik wel een aanval hoor, maar niet meer zo hevig als eerst. En in mijn geval is het ‘simpel’, zolang ik mijn emoties goed en op een gezonde manier uit, hoef ik niet te vrezen voor een aanval. En wanneer deze wel weer een keer om de hoek komt kijken, dan weet ik dat er nog iets in mij is dat mijn aandacht nodig heeft.

Tips:
Deze periode uit mijn leven ga ik nooit vergeten. Het heeft zóveel indruk op mij gemaakt, en het houdt me nog elke dag bezig. Maar ook in positieve zin; ik ben zoveel dankbaarder geworden voor alles wat ik heb en voor alles in mijn leven dat wél goed gaat. Het leven is niet vanzelfsprekend, van de een op de andere dag kan alles namelijk veranderen.

Wat ik anderen die in deze situatie wil meegeven is het volgende:
1) Allereerst, geef niet op! Geloof in jezelf, hoe moeilijk het soms ook is.
2) Wees niet bang om tegen je dokter, psycholoog of behandelaar in te gaan. Diep van binnen voel jij wat het beste voor je is. Dus als je het idee hebt dat je niet voldoende haalt uit je behandeling, wees niet bang om koppig te zijn.
3) Probeer elke dag naar buiten te gaan of iets te ondernemen. Het is zo gemakkelijk om je over te geven aan de angst voor de angst. Het sloop er destijds bij mij zo langzaam in, dat ik het zelf niet eens in de gaten had. Dagbesteding, hoe weinig zin of energie je er misschien ook voor hebt, is écht heel belangrijk.
4) Blijf praten. Met je omgeving, vrienden, behandelaren of iemand anders waarbij je je op je gemak voelt. Misschien begrijpen ze je niet helemaal – dat kan ook niet – maar dat is oké.
5) Onderschat de effecten van goed eten, drinken en bewegen niet! Hoe cliché en voor de hand liggend het misschien ook klinkt, dit maakt écht een groot verschil.

Meedoen?

Herken jij je in het verhaal van Michelle, wil je iets vragen of reageren? Plaats dan hieronder een reactie. Zorg er voor dat je altijd respectvol blijft en elkaars krachten stimuleert. Beledigende of kwetsende reacties worden verwijderd. Je mag Michelle ook benaderen via @MichelleTrines of email (Michelle-Trines@hotmail.com). Note: Wil jij als één van de eerste een exemplaar van Bang Vogeltje; Leven met een angststoornis reserveren? Dat kan! Stuur haar dan een berichtje. Haar boek wordt aanstaande november uitgegeven door uitgeverij Aspekt.

Wil je ook een persoonlijk verhaal insturen? Dat kan! Stuur een mail met jouw verhaal naar dorianne@psycholoogtogo.nl. Je kunt gebruik maken van de volgende leidraad: start met wie jij bent, deel daarna jouw verhaal (hetgeen waar je mee worstelt/tegen aan loopt) en sluit af met jouw boodschap of tips/advies aan de lezer. Optioneel mag je een een foto toevoegen. Geef ten slotte aan of je anoniem wil blijven of niet.


← terug naar het overzicht

2 gedachten over “Michelle over paniekaanvallen”

  1. hoi Michelle, voor een artikel in Vizier, het magazine van de Angst Dwang en Fobiestichting, zou ik graag een interview met jou afspreken.
    Je kunt mij via mail bereiken maar net zo makkelijk misschien ook even bellen, dat kan op 06-25558387.
    Met dank bij voorbaat & hartelijke groetjes,
    Kaat Olsson

    Beantwoorden
    • Dag Kaat, ik stuur je reactie door naar Michelle. Leuk dat je haar wilt gaan interviewen over dit onderwerp. Groetjes!

Plaats een reactie